geschiedenis

Het gemeentebestuur van Hasselt besliste in 1956 een cultureel centrum op te richten bij gebrek aan een degelijke theaterzaal in Limburg. De ontwerpopdracht werd toegeschreven aan Isia Isgour en Vreven en Peeters.

De basismotivering voor de oprichting van een cultureel centrum is ook terug te vinden in een schrijven van toenmalig burgemeester Paul Meyers aan Minister van Cultuur Van Elslande in 1965: "Zoals u weet is er in gans de provincie geen enkele theaterzaal, zodat alle toneelvoorstellingen moeten plaatsvinden in cinemazalen. Bepaalde operagezelschappen en toneelzwaargewichten als KNS en KVS weigeren nog in Hasselt op te treden. De absoluut noodzakelijke infrastructuur zou niet alleen de noden van de stad, maar die van heel Limburg tegemoetkomen..."

Isgour beet zich met veel gedrevenheid vast in het project. Zo verwierp hij onder meer verschillende voorstellen van inplanting omwille van een te kleine oppervlakte, een gebrek aan parkeermogelijkheden of ruimtelijke onverzoenbaarheid. Isgour stelde voor het nieuwe complex te situeren tussen de kleine ring en de Sint-Katharinawijk. Een gedurfd project dat hij ook daadwerkelijk gerealiseerd kreeg: de gemeenteschool aan de Guffenslaan ging tegen de grond waardoor de Katharinawijk, een nieuwe woonzone van 5 ha bedoeld voor hoogbouw, met de Guffenslaan verbonden kon worden. Langs die verbinding - de Kunstlaan - legde Minister Van Elslande op 18 mei 1967 de eerste steen van het Cultureel Centrum Hasselt.

De leefbaarheid van het gebouw, meer specifiek de openheid en gebruiks-vriendelijkheid, waren de belangrijkste uitgangspunten van het architecturale concept. Bij de opening in 1972 bleek het conceptuele uitgangspunt succesvol uitgewerkt door een veelvuldig gebruik van glas en strakke, lichte metaalstructuren die een gevoel van toegankelijkheid creëren. De grote raampartijen in een groot deel van het gebouw zorgen bovendien voor een maximale verbinding tussen binnenruimte en buitenruimte.

Daarnaast werd ook veel aandacht besteed aan de toegankelijkheid en de veiligheid van het gebouw. Belangrijke elementen betreffende de toegankelijkheid zijn de laadkade en de ruime parking voor 400 voertuigen, maar bovenal de aandacht die geschonken werd aan mindervalide bezoekers: het cultuurcentrum Hasselt was (en is) drempelloos en werd voorzien van speciale faciliteiten zoals een aangepaste lift en een brede rij in de theaterzaal.

10% van het totaalbudget - 270 miljoen BEF - werd besteed aan de veiligheid: branddetectors, compartimentering in brandbestendige secties door het gebruik van vuurvaste deuren en wanden, een sproeisysteem in de toneeltoren...

Isia Isgour, architect van CCHA

Isia Isgour ontwierp aanvankelijk vooral steenkoolmijnen, maar in de jaren vijftig en zestig kreeg hij steeds meer ontwerpopdrachten voor openbare gebouwen. In minder dan vijftien jaar tijd groeide hij uit tot een bepalend figuur op architecturaal en stedenbouwkundig vlak. Hij was bijzonder actief én creatief in Brussel (naast kantoor- en appartementsgebouwen ook het zwembad Poseidon en het rusthuis Heureux Séjour) en Antwerpen (o.m. het Joods Cultureel Centrum Romi Goldmuntz), maar de figuur Isgour blijft vooral verbonden met Limburg en meer specifiek met het Cultuurcentrum Hasselt, het Sportcentrum Genk, het Cultureel Centrum Casino Houthalen en het ziekenhuis Sint-Barbara in Lanaken.

Isia Isgour (Minsk, 1913 - Brussel, 1967) belandde naar aanleiding van de Russische Revolutie in Duitsland. Met de opkomst van het nazisme en het antisemitisme trok de familie Isgour naar Brussel. In 1931 schreef Isia Isgour zich in voor de architectuuropleiding aan de Académie Royale des Beaux-Arts in Brussel. Daarnaast volgde hij ateliers bij Lambot en Lacoste en een stage bij Delalieux en Charles Van Nueten, die hem in contact bracht met de moderne architectuur.

In 1938, nauwelijks drie jaar nadat hij afstudeerde, leverde hij zijn visitekaartje door de voltooiing van een appartementsgebouw in het Brusselse. De Tweede Wereldoorlog onderbrak zijn carrière en hij week uit naar Zwitserland. In Genève volgde Isgour een opleiding urbanisatie aan de hogeschool voor architectuur. In 1946 keerde hij terug naar Brussel, beëindigde zijn opleiding urbanisme aan de U.L.B en nam de draad van zijn carrière terug op.

In de naoorlogse jaren heerste een klimaat van openheid en een sterk geloof in de vooruitgang, ook op architecturaal vlak waar nieuwe technieken en bouwmethoden ingang vonden. De moderne architectuur - die teruggaat op het functionalisme van 1940 - brak definitief door en legde de nadruk op openheid, transparantie en een grote verscheidenheid aan vormen en materialen. Isgour’s werk valt dan ook te kaderen binnen deze tijdsgeest.

In dienst van de Generale Maatschappij realiseerde hij diverse gebouwen voor de Limburgse steenkoolmijnen zoals de uitbouw van de cité Meulenberg in Houthalen (1948-1957). Isgour’s werk situeert zich eerder aan de rand van de cité omdat de structuur van de oppervlakte al was vastgelegd. Hij ontwierp er een twintigtal woningen, een scholencomplex en kloostergebouwen in een eerder klassieke vormgeving. Maar hij evolueerde al snel naar een heldere en zuivere architectuur waarin moderne principes maximaal aan bod komen: gebouwen in het groen, zuidelijk georiënteerd met veel licht en lucht.

Deze principes komen voor het eerst duidelijk naar voor in het ontwerp van het casino van Meulenberg. Met deze realisatie bekeert Isgour zich volledig tot de moderne architectuur. De constructie, bestaande uit een gewapend betonskelet bekleed met gladde bakstenen in een heldere tint, staat tot ver buiten de provinciegrenzen bekend om zijn goede akoestiek. Opvallend is de sobere en strakke vormgeving van de toneeltoren die als een silo in de tuinwijk opduikt.

Tien jaar na zijn eerst opus magnum ontwierp Isgour het cultuurcentrum Hasselt dat onderdak verschaft aan twee theaterzalen, foyers, feestzalen, tentoonstellingsruimten, vergaderlokalen, kleedkamers voor musici en acteurs, lokalen bestemd voor de jeugd en administratieve ruimten.

35 jaar intens gebruik

In de startfase werd het gebouw intens gebruikt door veel socio-culturele verenigingen, maar het werd al snel ook de bedoeling professionele gezelschappen naar Limburg uit te nodigen. Omdat de repetitietijd van de eersten en de voorstellingen van de tweede groep niet altijd vlot te verenigen waren, werden inventieve oplossingen gezocht. Zo werd en decors in de tijd op mobiele karren geplaatst zodat ze op een efficiënte manier even aan de kant gereden konden worden voor een avondvoorstelling en de dag nadien weer als decor voor repetities dienst konden doen.

Maar het aantal voorstellingen en activiteiten bleef stijgen. Ook de vergaderzalen werden meer dan intens gebruikt en met de feesten en party’s werd ook de parketzaal één van de drukste feestzalen van de stad. 

Ondertussen groeide het aantal medewerkers en werden her en der kantoren ingericht. Zalen en locaties verloren hun oorspronkelijke doel, de verbinding van achter naar voor werd via een kleine gang gerealiseerd, het oplapwerk werd gestart. In de jaren tachtig was er even sprake van een bijgebouw, maar die plannen werden in de laatste fase opgeborgen. Had burgemeester Meyers dan ook hier gelijk toen hij in 1972 beweerde dat wie toen beweerde dat het gebouw veel te groot was, toen jaar later zou beweren dat het veel te klein was…

De noodzaak van renovaties en transformaties werd rond de eeuwwisseling wel heel erg duidelijk. In 2005 namen de stad Hasselt en de vzw Cultureel centrum Hasselt de beslissing om de ‘grote schouwburg’ te verbouwen. Eigenlijk had a2o-architecten al in 1997 een infrastructureel masterplan opgesteld, maar pas tien jaar later werden de eerste deelplannen gerealiseerd.

De theaterzaal werd aangepast aan de technische eisen van een schouwburg anno 2005, inclusief een veel betere beenruimte voor de bezoekers en een moderne outlook.

2010-2020

Hoewel het de bedoeling was om het gebouw nog verder te renoveren volgens het opgemaakte masterplan, bleef het de volgende jaren wat opvallend stil. Pas in 2011 werd gestart met de plannen om zowel het Theatercafé als de centrale hal aan te pakken. Immers, van de parking achteraan naar de hoofdingang vooraan, betekende toen nog altijd een passage via een klein gangetje. Door het toilettenblok onder de publiekstribune te schuiven werd een grote ruimte open gemaakt, die niet lang daarna dan ook ‘de straat’ genoemd werd. Vernieuwde toiletten, een eigentijdse look met respect voor de oorspronkelijke architecturale concepten en een hedendaags ingericht Theatercafé werden duidelijk nieuwe troeven.

In 2016 werd werk gemaakt van het ombouwen van een kantoorruimte tot een moderne eetruimte / keuken  voor alle medewerkers.

De volgende jaren werd vooral geïnvesteerd in de theatertechniek met de introductie van een nieuwe elektrische trekkenwand (meteen het einde van de katrollen en de tegengewichten die door technici tijdens de voorstellingen op 10 meter hoogte getakeld moesten worden), nieuwe licht- en geluidstafels om aan de versnelde technische evoluties te kunnen voldoen en bewegend licht. Ook werd de technische ruimte volledig heringericht en het parket onder de podia vernieuwd. 

Dat was ook nodig want anno 2019 presenteerde cultuurcentrum Hasselt (CCHA dus) ongeveer 400 voorstellingen, 12 tentoonstellingen en werden er bijna 900 vergaderingen in het gebouw gepland.

Ook in 2019 werd de volgende renovatiefase ingeluid. En wat voor een! De hele backstage werd gerenoveerd tot een moderne, aangename, fijne ruimte met loges voor artiesten, een artiestenfoyer, kleedkamer voor technici, kantoren voor alle medewerkers én een nieuwe laadkade voor de kleine theaterzaal. Met deze vernieuwing, net klaar … voordat we in maart 2020 in lockdown gingen, beschikt CCHA over een als door artiesten en technici als ‘top’ omschreven backstage.

Ondertussen breidde CCHA zich ook uit buiten het gebouw. In 2018 startten we met een residentiële werkplek voor kunstenaars, een plek waar ze kunnen verblijven, werken, onderzoeken en repeteren. Dat werd HET LAB (www.hetartlab.be): een mooi ingericht appartement voor max. 7 mensen en een werkplek van 120m².

2020 – 2021 

En toen ging het licht uit, werden de deuren gesloten, eerst voor 4 maanden, daarna voor 10 maanden. Corona had iedereen in de greep en CCHA werd een zinloos, leeg gebouw. 

2022

Eenmaal weer in de mogelijkheid om publiek te ontvangen, is meteen ook werk gemaakt van én het inhoudelijke project FESTIFIFTY (naar aanleiding van 50 jaar CCHA – najaar 2022) én van een inhoudelijke verscherping van het profiel en de werking als van de verdere infrastructurele plannen.

Voor de inhoudelijke werking verwijzen we naar FESTIFIFTY en de publicaties daarover. Technisch-infrastructureel werd de interne vergaderruimte ingericht, werden een tweetal kantoren ter beschikking gesteld van culturele organisaties     (De Stokers en Het Huis Hasselt), werden de vergaderlokalen opnieuw ingericht en, vooral, werd er hard gefocust op toegankelijkheid. Zo werd de goederenlift volledig vernieuwd én werd er een nieuwe personenlift geïnstalleerd waardoor mensen met een handicap op een goede manier de eerste verdieping kunnen bereiken.